Wat een IT-aanbesteding je écht kost als je sociaal onderneemt

Written by

in

Je hebt een goed team, een scherpe offerte en een mooi verhaal over social return. Dan verlies je toch. Of je wint, en dan begint het echte rekenwerk. Aanbestedingen in de zakelijke dienstverlening en IT zijn niet gemaakt voor bedrijven zoals het jouwe. Dat is geen excuus, maar het is wel iets waar je rekening mee moet houden voordat je urenlang een inschrijving invult.

Ik schrijf dit omdat ik de afgelopen jaren meerdere aanbestedingen heb gedaan in de IT-dienstverlening, en omdat de kosten van meedoen mij elke keer weer verrassen. Niet de kosten van verliezen. De kosten van winnen.

De verborgen prijs van een inschrijving

Voordat je ook maar één opdracht binnenhaalt, ben je al geld kwijt. Een serieuze inschrijving op een IT-aanbesteding kost tijd. Veel tijd. Denk aan het opstellen van de methodebeschrijving, het verzamelen van referenties, het invullen van de uitsluitingsgronden, het schrijven van een plan van aanpak dat aansluit op de wensen van de opdrachtgever. Bij mij is dat minstens veertig uur werk, soms meer.

Veertig uur van wie? Niet van een medewerker die toch niks te doen heeft. Van mij, of van iemand die ik daarvoor inhuur. Stel dat je die uren waardeert op vijftig euro per uur, dan praat je over tweeduizend euro per inschrijving. Win je één op de vijf, dan zijn de acquisitiekosten per gewonnen opdracht al achtduizend euro. Dat staat nergens in je begroting, maar het zit wel in je marge.

Sociale ondernemers hebben hier extra last van, omdat je de administratieve last niet kunt spreiden over een groot commercieel team. Jij bent het team, of je hebt een klein team dat al vol zit. Dat is de structurele handicap die je moet meenemen in je keuze om wel of niet mee te doen.

Social return: belofte of bijlage

Bijna elke overheidsaanbesteding in IT heeft tegenwoordig een social return-eis. Dat klinkt als goed nieuws voor jou. Dat is het soms ook, maar lang niet altijd.

De eis is vaak geformuleerd als een percentage van de opdrachtwaarde dat je moet besteden aan mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Vijf procent is gebruikelijk. Op een opdracht van twee ton betekent dat tienduizend euro aan loonkosten voor mensen uit die doelgroep. Tot zover logisch.

Maar dan begint het gedoe. Hoe toon je dat aan? Welke documentatie wil de opdrachtgever zien? Telt loonkostensubsidie mee in de berekening of niet? Mag je je eigen personeelsbestand meetellen, of moet het gaan om nieuwe instroom? Elke opdrachtgever hanteert andere regels, en die regels staan zelden helder in het bestek. Je moet dus vragen stellen in de nota van inlichtingen, en hopen dat het antwoord bruikbaar is.

Wat ik in de praktijk zie: social return wordt behandeld als een verplicht vakje dat aangevinkt moet worden. De opdrachtgever wil niet echt weten hoe jij werkt. Ze willen een ondertekende verklaring. Dat is frustrerend als je een bedrijf runt waar social return geen bijlage is maar je bedrijfsmodel. Je moet dan bewijzen wat voor anderen een marketingterm is.

Loonkostensubsidie en wat het doet met je tarieven

Als je mensen in dienst hebt voor wie je loonkostensubsidie ontvangt, dan heb je een kostenvoordeel ten opzichte van een regulier bedrijf. Dat is de theorie. De praktijk is genuanceerder.

Loonkostensubsidie dekt een deel van de loonkosten, maar niet de begeleiding, niet de extra tijd die het kost om werk aan te passen, niet de uitval die hoger is dan gemiddeld. Bij IT-dienstverlening is dat extra relevant, omdat klanten verwachten dat je snel schakelt, fouten snel oplost en altijd bereikbaar bent. Dat vraagt meer van je organisatie dan van een regulier bedrijf met dezelfde omzet.

Ik reken altijd terug vanuit de werkelijke kosten. Stel je hebt iemand in dienst met een loonkostensubsidie van dertig procent op het wettelijk minimumloon. Dan ontvang je misschien vierhonderd euro per maand aan subsidie. Maar als diezelfde medewerker twee uur per week begeleiding nodig heeft van een collega, dan kost die begeleiding je bij vijftig euro per uur ook vierhonderd euro per maand. Netto subsidie: nul.

Dat is geen argument om het niet te doen. Het is een argument om eerlijk te begroten. En om te stoppen met doen alsof loonkostensubsidie een verdienmodel is. Het is een compensatie, en een onvolledige.

Wat IT-klanten eigenlijk willen en waar jij mee komt

Er is een mismatch tussen wat sociale ondernemers aanbieden en wat IT-klanten zoeken. Die mismatch is niet onoverbrugbaar, maar je moet hem wel kennen.

Een gemiddelde IT-klant wil snelheid, betrouwbaarheid en een scherpe prijs. Hij wil niet nadenken over wie er aan zijn systemen werkt, zolang het werkt. Jij biedt dat ook, maar je biedt er iets bij: een verhaal, een missie, een manier van werken die anders is. Dat is waardevol voor klanten die er iets mee willen. Voor de rest is het ruis.

De fout die ik eerder maakte: te veel uitleggen waarom ik goed ben voor de samenleving, en te weinig uitleggen waarom ik goed ben voor de klant. Dat zijn twee verschillende verhalen. Het eerste verhaal helpt je bij aanbestedingen met gunningscriteria op maatschappelijke waarde. Het tweede verhaal helpt je bij commerciële klanten die gewoon een IT-probleem hebben.

Leer beide verhalen. Weet wanneer je welk verhaal vertelt. En wees eerlijk als een klant het maatschappelijke verhaal niet interessant vindt. Dan is hij misschien geen goede klant voor jou, of dan pas je je pitch aan. Beide opties zijn geldig.

  • Klanten die social return in hun inkoopbeleid hebben, willen bewijs, geen verhalen
  • Commerciële klanten zonder maatschappelijk beleid willen resultaat, geen context
  • Beide groepen willen een betrouwbare partner die afspraken nakomt
  • Jouw onderscheid zit in hoe je werkt, niet alleen in wie je in dienst hebt

De vraag of je winst en doel kunt combineren in IT

Die vraag krijg ik vaak. Soms als oprechte nieuwsgierigheid, soms als verkapte twijfel. Mijn antwoord is altijd hetzelfde: ja, maar niet vanzelf.

Winst en een maatschappelijk doel bijten elkaar niet per definitie. Ze bijten elkaar als je de kosten van je missie niet meeneemt in je tarieven. Als je goedkoper offreert dan nodig is omdat je denkt dat je maatschappelijke meerwaarde dat compenseert. Dat werkt niet. Klanten betalen niet meer omdat jij een goed bedoel. Ze betalen meer als ze er iets voor terugkrijgen.

In IT is dat concreet te maken. Je kunt aantonen dat je minder verloop hebt dan een regulier detacheringsbureau, omdat je mensen beter begeleidt. Minder verloop betekent minder kennisuitval bij de klant. Dat is een financieel argument. Je kunt aantonen dat je social return-documentatie beter is dan die van een concurrent, wat de klant administratieve last bespaart. Dat is ook een financieel argument.

Maak die argumenten concreet. Niet in mooie woorden, maar in euro’s of uren. Hoeveel kost een gemiddelde medewerkerswisseling bij een IT-opdracht de klant? Wat is jouw gemiddelde uitvalpercentage? Hoe verhoudt dat zich tot de markt? Als je die cijfers hebt, kun je een gesprek voeren over prijs dat niet gaat over korting maar over waarde.

Dat is het verschil tussen een sociaal ondernemer die overleeft en een die langzaam wegkwijnt terwijl hij mooie dingen doet. De goede intentie is het startpunt. De boekhouding is het bewijs.

En die boekhouding moet kloppen. Niet voor de subsidieverstrekker, niet voor de aanbestedende dienst. Voor jezelf. Zodat je weet waar je marge zit, waar je hem verliest en wanneer je moet stoppen met meedoen aan een aanbesteding die je nooit kunt winnen op de juiste prijs.

Dat is ondernemen. Ook als je het met een maatschappelijk doel doet.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *