IT-dienstverlening en sociale werkgelegenheid

Written by

in

Er is een hardnekkig vooroordeel dat sociale ondernemingen horen bij de wereld van groenvoorziening, schoonmaak en inpakwerk. Alsof mensen met afstand tot de arbeidsmarkt niet kunnen omgaan met een laptop, een ticketsysteem of een klant die boos is over een mislukte software-update. Dat klopt niet. En ik merk dat steeds meer opdrachtgevers in de zakelijke dienstverlening en IT dat ook beginnen te zien, al gaat dat traag en met de nodige scepsis.

Waarom IT-werk en sociale werkgelegenheid logischer samengaan dan gedacht

Veel IT-taken zijn routinematig, gestructureerd en goed te leren via herhaling. Denk aan eerstelijns helpdesk, dataverwerking, het aanmaken van gebruikersaccounts, softwaretests of het bijhouden van een configuratiebeheerdatabase. Dat zijn geen triviale klussen, maar het zijn wél klussen waarbij een goede begeleider en een helder werkproces het verschil maken tussen succes en frustratie.

Mensen die lang buiten de arbeidsmarkt hebben gestaan, hebben vaak juist baat bij die structuur. Een ticket dat binnenkomt, een stap-voor-stap handleiding, een duidelijke definitie van klaar. Dat is geen versimpeling van het werk. Dat is goed werkgeverschap, en dat zou voor iedereen zo moeten zijn.

Wat ik in mijn eigen bedrijf zie: zodra het proces klopt, leveren mensen die je anders nooit zou aannemen uitstekend werk. De uitval die je verwacht, valt mee. De kwaliteit die je vreest, valt mee. Wat niet meevalt, is de begeleiding regelen. Maar dat is een apart verhaal.

De loonkostensubsidie als rekensommetje dat je moet maken

Als je mensen in dienst neemt met een arbeidsbeperking of een grote afstand tot de arbeidsmarkt, heb je in veel gevallen recht op loonkostensubsidie. Gemeenten betalen een deel van de loonkosten, soms een vast bedrag per maand, soms een percentage van het wettelijk minimumloon. De exacte bedragen verschillen per gemeente en per situatie, maar de logica is steeds hetzelfde: de overheid compenseert jou voor het feit dat iemand minder productief is dan een doorsnee werknemer.

Dat klinkt eerlijk. En dat is het ook, als je het goed gebruikt. Maar ik zie ondernemers die dit geld zien als marge en niet als investering. Ze nemen de subsidie, stoppen nauwelijks in begeleiding en vragen zich daarna af waarom het niet werkt. Dan is het een self-fulfilling prophecy.

Mijn aanpak: ik reken de subsidie direct toe aan de begeleidingskosten. Jobcoach, werkbegeleider, extra tijd van een teamleider. Wat overblijft, is de echte marge. Die is dunner dan bij een regulier bedrijf, maar hij bestaat. En hij groeit naarmate mensen zich ontwikkelen en de subsidie langzaam afbouwt. Dat is het model. Niet sexy, wel houdbaar.

Social return bij IT-aanbestedingen: de papieren werkelijkheid

Steeds meer overheden en grote organisaties nemen social return on investment, afgekort als SROI, op in hun aanbestedingsvoorwaarden. Bij IT-contracten betekent dat vaak: een percentage van de opdrachtwaarde moet worden besteed aan het inzetten van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Vijf procent is een gangbaar getal, maar ik heb ook aanbestedingen gezien met twee procent en met tien procent.

Het probleem is niet de intentie. Het probleem is de invulling. Veel grote IT-bedrijven voldoen aan de SROI-eis door een stageplaats aan te bieden, een re-integratietraject in te kopen bij een externe partij, of door te verwijzen naar een inhuurconstructie die op papier klopt maar in de praktijk weinig voorstelt. De mensen die het zou moeten helpen, merken er niets van.

Als sociale ondernemer in de IT ben ik dus tegelijkertijd een potentiële onderaannemer voor die grote partijen én een concurrent die het anders doet. Dat is een vreemde positie. Ik kan een aanbesteding niet zelfstandig winnen omdat ik te klein ben. Maar ik kan wél de SROI-component leveren die de grote partij nodig heeft. Alleen wil die grote partij dan ook echt samenwerken, en niet alleen een factuur ontvangen. Dat vergt vertrouwen, en dat bouw je langzaam op.

Impactmeting zonder grote woorden: wat telt er eigenlijk?

Iedereen wil tegenwoordig impact meten. Opdrachtgevers vragen erom, subsidieverstrekkers eisen het, en ik begrijp dat wel. Maar de manier waarop het gevraagd wordt, klopt vaak niet. Je krijgt een formulier met vragen als hoeveel mensen heeft u geholpen richting de arbeidsmarkt en wat is de maatschappelijke waarde van uw interventie. Dat zijn vragen die klinken als wetenschap maar worden ingevuld als pr.

Wat ik meet, is simpeler en eerlijker. Hoeveel mensen zijn bij mij begonnen? Hoeveel zijn er na zes maanden nog? Na een jaar? Hoeveel uur begeleiding kost dat gemiddeld per persoon per week? Wat is de verhouding tussen loonkostensubsidie ontvangen en begeleidingskosten gemaakt? En: hoeveel mensen zijn doorgestroomd naar een reguliere baan, bij mij of elders?

Die cijfers zijn niet altijd mooi. Soms verlaat iemand het bedrijf na drie maanden omdat het toch niet past. Soms stroomt iemand door naar een werkgever die hem beter past. Dat is geen mislukking, dat is het doel. Maar het telt niet mee in de mooie verhalen die opdrachtgevers willen horen. Dat wringt.

Personeelsbegeleiding als bedrijfsproces, niet als gunst

Het grootste misverstand over sociale ondernemingen in de IT is dat begeleiding iets is wat je erbij doet. Een extra laag. Een aardige extra. Dat is het niet. Begeleiding is een bedrijfsproces, net als kwaliteitscontrole of facturatie. Als je dat niet zo organiseert, gaat het mis.

Bij mij heeft iedere medewerker een vaste begeleider die wekelijks incheckt. Dat kost tijd. Die tijd staat in de begroting. De begeleider heeft een maximaal aantal mensen dat hij of zij kan begeleiden, en dat getal is bewust laag gehouden. Als een project groeit en ik meer mensen aanneem, groeit het begeleidingsteam mee. Dat is niet gratis, maar het is de enige manier om kwaliteit te leveren.

Wat ik ook doe: werkprocessen zo ontwerpen dat ze ruimte laten voor variatie in tempo en vermogen. Niet iedereen werkt even snel. Niet iedereen heeft op maandag dezelfde energie als op donderdag. Een goed werkproces houdt daar rekening mee zonder dat de klant er last van heeft. Dat vraagt om planning, buffers en eerlijkheid naar opdrachtgevers over wat je kunt leveren. Maar het werkt.

Winst en maatschappelijk doel: bijten ze elkaar?

Dit is de vraag die ik het vaakst krijg, van journalisten, van studenten, van andere ondernemers. En mijn antwoord is altijd hetzelfde: nee, maar alleen als je de vraag goed stelt.

Winst en maatschappelijk doel bijten elkaar als je winst ziet als doel op zich. Dan ga je snijden in begeleiding, ga je mensen aannemen die makkelijker zijn en minder kosten, en langzaam wordt je sociale onderneming een gewone onderneming met een mooi verhaal op de website. Dat zie ik gebeuren. Niet bij iedereen, maar bij genoeg om er cynisch van te worden.

Maar als je winst ziet als middel, als de brandstof die je nodig hebt om te blijven doen wat je doet, dan is er geen spanning. Dan is winst gewoon noodzakelijk. Ik moet winst maken om mijn begeleidingsteam te betalen, om te investeren in opleiding, om de slechte maanden op te vangen. Een verlieslatende sociale onderneming is geen nobele onderneming. Het is een organisatie die zichzelf opheft.

Wat ik wél moeilijk vind: de grens bewaken. Er zijn momenten waarop een klant meer wil dan ik kan leveren met mijn huidige team, en de verleiding is groot om toch ja te zeggen. Dat soort beslissingen zijn de echte test van je model. Heb je de rek in je goede intentie, of geef je toe aan de groeidruk? Ik ben niet altijd de held in dat verhaal.

Wat zakelijke opdrachtgevers kunnen verwachten, en wat niet

Als je overweegt IT-diensten af te nemen bij een sociale onderneming, is eerlijkheid beter dan romantiek. Hier is wat je kunt verwachten.

Je kunt verwachten dat routinematige IT-taken goed worden uitgevoerd, mits het proces klopt. Denk aan helpdeskondersteuning, testwerk, dataverwerking, beheer van gebruikersaccounts. Je kunt verwachten dat er meer aandacht is voor werkprocessen en kwaliteitscontrole dan bij een gemiddeld uitzendbureau, omdat wij niet kunnen veroorloven dat het misgaat. Je kunt verwachten dat je met je opdracht bijdraagt aan iets dat verder gaat dan de factuur.

Wat je niet kunt verwachten: dat alles goedkoper is dan bij een regulier bedrijf. Soms is het dat, door de subsidiestructuur, maar niet altijd. Je kunt ook niet verwachten dat je nooit last hebt van uitval of vertraging. Die is er, net als bij elk ander bedrijf, soms meer. En je kunt niet verwachten dat de begeleiding onzichtbaar is. Die is er, en een goede opdrachtgever begrijpt dat en geeft daar ruimte voor.

Wat ik van opdrachtgevers vraag, is geen medelijden. Ik vraag om een eerlijke kans, een helder contract en de bereidheid om samen te leren. Dat is precies wat ik teruggeef.

De combinatie van zakelijke dienstverlening, IT en sociale werkgelegenheid is niet voor iedereen. Maar voor de opdrachtgever die wil weten waar zijn geld naartoe gaat, die SROI serieus neemt en die gelooft dat structuur en begeleiding geen zwakte zijn maar kracht, is het een samenwerking die werkt. Niet altijd vlekkeloos. Maar wel met een reden.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *